La casa de conchita

Een blog over Mexico, opgroeiende zonen en la vida loca

Archief voor mei, 2009

Le premier mai, le deuxième jour à Paris

1 mei, ik doe een rood topje aan en ben niet van plan enige arbeid te verrichten vandaag! In ons crisisbewust geboekte hotel stelt het ontbijt stelt niet veel voor (koffie en croissantje) maar het late verjaardagscadeau van mijn lieve broer (pralines van Godiva) maakt veel goed. Ik bel even naar het thuisfront. Het is zalig om eens zonder kroost weg te zijn maar het mama-flikkerlichtje blijft toch branden. Onze jongste blijkt tot ACHT uur geslapen te hebben (WAAROM doet hij dat NOOIT thuis?). De angst voor vliegtuigen is ook voorbij, hij zwaait er vrolijk met zijn handje naar, aldus oma (WAAROM heb ik me daar een week ongerust over gemaakt?).

Winkels zijn vgesloten vandaag maar beperkte shoppingmogelijkheden waren sowieso in ons crisisbewuste citytripje ingecalculeerd. Dat wordt dus een lekker dagje lanterfanten. Eerst gaat het richting één van onze Parijse favorieten: Jardin des Plantes. Een zalige combinatie van musea, park en botanische tuinen waar we graag naar terugkeren …We zijn amper binnen of hij bereikt voor mij al de status van all-time-favorite. Voor ons strekt zich een boulevard vol perkjes uit met allemaal andere bloemen. Bij ons vorige bezoek was dat gewoon mooi, nu is het weergaloos! Een eindeloze verzameling klaprozen wiegt honderden meters ver in een prachtige combinatie van oranje, wit en geel. Maar ik ben vooral verrukt over het feit dat ik – beginnend tuiniertje – een week tevoren exact dezelfde combinatie in mijn geveltuintje heb geplant. Ik zie in mijn gedachten al het bijbehorende bordje: papaver alpinium, kopie te bezichtigen in Jardin des Plantes, Parijs. Ha! D. maakt een aantal prachtige bloemenfoto’s maar die met de voorbijzoemende bij wil niet goed lukken. Ik kan het niet laten om herinneringen op te rakelen aan voorbijfladderende Morpho-vlinders in Costa Rica en wegzoevende coyotes in Mexicaanse woestijnen en neem daarbij het risico om het bijtjes-en-bloemetjesgehalte van onze romantische trip in gevaar te brengen. D. en bewegende dieren kieken, het gaat niet zo goed samen. Desondanks wordt de klaprozenfoto mijn favoriet van dit tripje! Zie http://www.lahaciendadedonjames.wordpress.com.

Ooit stond ik hier in extase in de Mexicaanse Serre. Afgelopen zomer wilde ik de zonen deze wonderlijke verzameling cactussen en tropische planten tonen maar bleek tot mijn teleurstelling de serre in restauratie. Inmiddels zijn we acht maanden verder dus heb ik er goeie moed in maar D. denkt er het zijne van. En hij heeft helaas gelijk: het Mexicaanse mañanagevoel tesamen met de Franse slag… er lijkt me amper meer gebeurd dan vorige keer.

Ondanks vrijdag en feestdag is de Moskee, een andere favoriet. toch open. We gaan voor een theetje troost (mierzoet) en een heerlijk amandelhoningkoekje (bestaat mierzoeter?). De bediening is op z’n Parijs (beetje bot, op het randje van onbeleefd) maar de omgeving maakt alles goed. Als je een plekje vindt op het terras, doén, maar de prachtige binnenzalen zijn zeker ook de moeite. Toeristen vertoeven er graag maar de bezoekers zijn hoofdzakelijk moslims en jonge Parijzenaars. Waarom kan die mix niet bij ons??? Hier lijkt het zo vanzelfsprekend dat allochtonen en autochtone dezelfde plek opzoeken voor een drankje of een maaltijd. Gisterenavond ook opgemerkt: in Parijs geen gedoe over roken op restaurant. Rokers gaan zonder morren naar buiten en blijven daar zelfs gezellig kletsen!

We zoeken vergeefs naar de kleine boekbinderij van ons vorige bezoek en vergeten het op slag als we op een lokaal marktje botsen. Wij zijn dol op markten, vooral D. (salami’s fladderen niet zo snel weg voor enthousiaste fotografen). Verse vis, groenten en fruit, kleding, kaas en charcuterie, sieraden, wijn, stoffen… het ene kleurrijke en geurrijke kraam wisselt het andere af. Markten, het blijft een verslaving…

Op weg naar Quartier Mouffetard staan we opeens op een supergezellig pleintje dat we ons nog herinneren van een Paris à vélo-fietstocht jaren geleden. Het is prachtig weer, de terrassen zitten overvol en ook hier staan de kraampjes – net als overal in Parijs – met meibloempjes. Een gezellig terras met roodwitgeblokte tafellakentjes wordt ons lunchadres. We  blijken in het Maison de Verlaine terecht gekomen, het huis waar de Franse dichter in 1896 in bittere armoede is gestorven. Ook Ernest Hemingway heeft hier gewoond tussen 1921 en 1925. Het herinnert me pijnlijk aan het schrijfhuiswerk dat ik over enkele dagen af moet hebben.

We dwalen nog wat rond in de buurt en zakken dan af naar de Seine. De confrontatie met het drukke, toeristische Parijs is eventjes een schok. We kunnen ons niet herinneren dat we de Sacré Coeur ooit al binnenin gezien hebben maar daarmee kunnen we leven. We slenteren liever langs het water waar de Parijzenaars verkoeling zoeken. We wisselen lukraak af tussen linker- en rechteroever. Het is aangenaam wandelen pal naast de Seine, alleen jammer van de penetrante urinegeur onder sommige bruggen. Dus vluchten we af en toe weer naar boven waar het heerlijk snuisteren is bij de bouquinistes, de Parijse boekenstalletjes.

De dag zomert ten einde. We genieten van een pastisje op de kamer en het uitzicht op Parijs. Wegens pijnlijke wandelvoeten kiezen we voor een restaurantje in de buurt. Op weg naar huis zien we de vlakbij ons hotel een hele rij kraampjes in aanbouw. Zou het hier morgen markt zijn…?

Mon Dieu, mon Dieu, la vie est là,

Simple et tranquille.

Cette paisible rumeur-là

Vient de la ville.

Dis, qu’as-tu fait, toi que voilà,

De ta jeunesse?

Paul Verlaine, Sagesse (1880)

Paris, première partie

Onlangs maakten D. en ik een tripje naar Parijs om onze tienjarige jubilee te vieren. Sindsdien zien we elkaar nog nauwelijks en zijn we feitelijk gescheiden, alleszins van tafel… De dag na onze thuiskomst vond D. namelijk een nieuwe job, avondwerk, en brengen we dus allebei onze avonden eenzaam door. Dat was wel even anders in Parijs!

Vóór ons vertrek vroeg iemand me naar ons programma en stond ik even met mijn mond vol tanden. Als je je tienjarige samenzijn gaat vieren in Parijs – bestaat  er trouwens een romantischere stad? – en je neemt in dit geval , uiteraard,  je nageslacht niet mee…  Tja, een deel van het programma zal dus helaas niet voor publicatie vatbaar zijn.

Weet ook dat wie hier tips voor zijn eigen Parijse tripje wil sprokkelen op het verkeerde toeristenbeen kan terechtkomen. We zijn al vele malen naar Parijs geweest en de klassiekers al lang voorbij. Met de zonen zullen we elke keer wel een Toeristische Bezienswaardigheid inlassen (al was het maar om hen te doen beseffen dat Parijs heus meer is dan de Eiffeltoren) maar zelf zijn we al lang een andere tour opgegaan. Ons vorige tripje was gefocust op ambachtelijke en alternatieve winkeltjes en het tripje dáárvoor was helemaal decadent: Paris gourmand, van kookwinkel naar delicatessenzaak naar chocolatier, naar de volgende  chocolatier, olala.

Parijs bezoeken betekent voor ons dus de nieuwste culinaire en interieurtrends opsnuiven, een pastiske drinken op een terras, lekker eten tussen de Parisiens in het gras gaan liggen, shoppen (Starbucks hierbij niet kunnen/willen vermijden), gewoon wat ronddwalen (hierbij de toeristenmeutes willen/niet altijd kunnen vermijden). En traditiegetrouw bij een citytripje: een lopende tentoonstelling meepikken, in dit geval Kandinsky. Dat laatste viel me net op tijd te binnen om de vraag over ons geplande  programma te pareren.

Eerst leveren we het nageslacht bij mijn ouders af en dan vertrekken we snel voor ze zich bedenken over het logement van hun drie kleinzonen. Uiteráárd zijn het engeltjes, maar het zijn er wel drie en behoorlijk druk soms. We vinden feilloos de weg naar ons hotel waar we nog nooit zijn geweest. Op voorhand Google-earthen is echt wel griezelig… We herkennen al de straat, de brasserie op de hoek, de crêperie tegenover het hotel en de metrohalte ernaast. Enkel de hotelkamer bleef nog in het ongewisse: ze blijkt krap en hoofdzakelijk uit bed te bestaan, parfait!

Het 20e arrondissement waar we verblijven is een levendige buurt met opvallend veel zwarte inwoners.  Of zoals ik in na thuiskomst in een hip interieurtijdschrift lees: ‘In deze wijk van Parijs is de landelijke uitstraling van weleer bewaard gebleven (…). De buurt telt tal van marktjes en winkeltjes, er wonen opvallend veel gezinnen met kinderen (…)’          Ook al is het al avond, de geur van versgebakken brood waait ons op elke straathoek tegemoet. Elke bakkerij-etalage  pocht ook met exquise taarten en gebakjes. Ze zien er dermate zondig uit dat zelfs een dag wandelen op mijn fitflops me niet zal behoeden voor overtollige calorieën.

De avondwandeling voert ons langs gezellige brasserietjes, terrasjes en prachtige huizen verscholen in het groen. Groen, dat associeer ik ook altijd met Parijs. Het is een stad van appartementsgebouwen maar ik heb er nog nooit een lelijk woonblok zoals bij ons gezien. Het zijn charmante gebouwen qua uitzicht, en levendig dankzij de bewoners want aan elk balkonnetje hangen bloemen of planten. Heel vaak zie je ook rieten matten als afscherming en dat geeft het geheel iets tropisch. De huiselijke aanblik komt ook wel door de blaveturen, mer k ik op. En gelijk ligt D. al dubbel, met mijn Brussels (blaveturen – blaffeturen uitgesproken – zijn houten luiken buiten aan het raam; niet te verwarren met volets, rolluiken die je trouwens niet neerlaat maar ‘afdoet’ – D. ligt alweer in een lachkramp). Na tien jaar kibbelen we nog steeds over wiens dialect de afgrijselijkste woorden bevat.

Ons wandeldoel is het park Belleville, een pareltje met een prachtige speeltuin (volgende keer brengen we het nageslacht mee) en een bedwelmende seringengeur langs de mooi aangelegde paadjes. De apotheose is een majestueus zicht op Parijs:  de Eiffeltoren, het Centre Pompidou en het Panthéon priemen boven de stad uit. De zonen zijn niet mee dus we kunnen het ons permitteren om enkel vanuit de verte eens te zwaaien naar La Tour Eiffel.

Op weg naar het park zijn we een leuk restaurantje gepasseerd en op de terugweg nestelen we er ons voor het diner. De tafeltjes staan allemaal pal naast elkaar en het geheel ziet er trendy uit. De maaltijd is overheerlijk, de wijn subliem (Minervois Château de Beaufort, 1998, voor de geïnteresseerden). Bij het afrekenen complimenteer ik de garçon en vraag een kaartje. Hij verontschuldigt zich verlegen: ze hebben nog geen visitekaartjes, ze zijn pas sinds gisteren open… Een aanrader:  Le P’tit Bouquet, Rue des Couronnes  102!

Op de kruising van de rue Sorbieu en Menoltinant  passeren we nog een hele reeks leuke brasserie-café’s. De warme gloed die er van uitstraalt, valt me op. Het is ook dat gele licht dat alles warmer en gezelliger maakt. Verder naar ‘huis’ via Père Lachaise, aardedonker daar,  beetje griezelig, brr. Snel naar bed!

Papa is er niet

Een maandag zoals vandaag zal nooit meer hetzelfde zijn. Dinsdagen en alle andere weekdagen ook niet. Papa is vandaag aan zijn nieuwe job begonnen en dat betekent dat hij ’s avonds tijdens de week nooit meer thuis zal zijn. Ik sta er voortaan dus tijdens de avondspits alleen voor:  drie zonen die tegelijkertijd aandacht willen en vooral: eten! En wanneer ik het stadium van voeden-luisteren-spelen-in pyama krijgen-voorlezen-in bed-krijgen overleefd heb, wachten mij  eenzame avonden.  De troost dat er nooit meer discussie over de computer zal zijn, is maar mager.  En bovendien ben ik  niet alleen mijn sidekick voor de avondspits kwijt, maar ook mijn kok en dat is een veel groter drama! Na een drukke dag op het werk zie ik het niet meer zitten om, nadat de kinderen naar bed zijn, nog een potje te gaan koken en zeker niet voor mij alleen. D. Heeft me desondanks nog elke avond een (op te) warme(n) maaltijd beloofd – is dat niet lief? – maar ik ben wel benieuwd hoe lang dat gaat duren…

De jongens beseffen nog niet goed hoe de toekomstige avonden zullen zijn zonder papa. Als ik het nog eens uitleg, vloeien er even tranen bij de twee oudsten. Maar A. is te veel in beslag genomen door zijn valies-met-nieuwe-kleren-om-morgen-op-zeeklas-te-vertrekken, V.-de-Verstrooide zit met zijn gedachten al snel weer op een andere planeet en S. is nog te klein om mijn uitleg over papa’s afwezigheid te begrijpen. Door de opwinding over de nakende zeeklas dringt het bij de oudsten dus niet helemaal door dat ik hen in bed stop en niet Papa-de-Almachtige. Maar de jongste snapt het niet en blijft op zijn papa wachten die altijd nog even komt dollen en hem dan instopt. Ook al leg ik hem doodmoe in bed, anderhalf uur later is hij nog klaarwakker. Knuffelen, liedje zingen, op de arm nog eens buiten kijken-naar-al-de-huizen-waar-heus-iedereen-al-slaapt-en-zeker-kleine-peuters, niets helpt. Ten einde raad leg ik hem in ons bed en ga erbij liggen. Tien minuten later ligt hij al te snurken dankzij de geur van zijn papa’s hoofdkussen. S. heeft blijkbaar besloten om de grote man uit te hangen. Papa is er niet, papa is zijn plaats in bed kwijt!